050 45 26 70 – Dringende hulp nodig, bel 112
×

Operatiedag

De operatie

Nadat u zich heeft opgefrist, brengt iemand van de vervoersdienst u naar de operatiekamer. U krijgt er speciale operatiekleding aan.

Familieopvang

Tijdens de ingreep vragen we aan de familie om gewoon thuis te blijven. Uw chirurg zal na de ingreep de contactpersoon opbellen en uitleg geven over de ingreep. Indien uw familie op bezoek wenst te komen op de I-dienst, kan dit driemaal daags. De bezoekuren vindt u hier of in de brochure Intensieve Zorgen [LINK].

Op de I-dienst (4de verdieping, 40/I1 en 45/I2)

Na de operatie verblijft u initieel op de I-dienst (afdeling Postoperatieve Intensieve Zorgen). Deze bevindt zich op de vierde verdieping (40/I1 en 45/I2). Als u wakker wordt na de operatie zal u aangesloten zijn op diverse machines en zullen er verschillende slangen aan u vastzitten. Het kan gebeuren dat uw armen voorzichtig vastgemaakt zijn tot u rustig wakker bent.

Beademing

Direct na uw operatie ligt u aan de beademing. U heeft een buis in uw keel die is verbonden met een ventilator. Die helpt u uw longen te ontplooien en zorgt dat u voldoende zuurstof krijgt. Zodra u weer zelfstandig kunt ademen zal u losgekoppeld worden van deze machine, vaak is dit enkele uren na uw operatie. Probeert u zich te ontspannen en rustig te ademen als u aan de beademing ligt, dan heeft u daar minder last van.

Maagsonde

U hebt een slangetje in uw neus dat tot in uw maag loopt (de maagsonde). Dit zorgt ervoor dat de inhoud van uw maag gedurende en na de operatie kan afvloeien. In principe is deze sonde verwijderd voordat u op de verpleegafdeling terugkomt.

Drains

Er zullen slangen (drains) zitten vlakbij de operatiewond waardoor wondvocht afgevoerd wordt. Ze worden verwijderd voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Urinekatheter

Er zal een slangetje in uw blaas zitten waardoor uw urine wegvloeit. Dit slangetje wordt tijdens de operatie ingebracht en wordt in principe enkele dagen na de operatie verwijderd.

Infuus in de hals

Tijdens de operatie en op de intensieve zorgen heeft u een infuus in uw halsader waardoor medicijnen gegeven kunnen worden. Het infuus verwijderen gebeurt ofwel op de I-dienst ofwel als u terug bent op de verpleegafdeling.

Infuus in de arm

U hebt ook een infuus in uw arm. Hierdoor krijgt u de eerste dag na de operatie vloeistof binnen en kunnen medicijnen gegeven worden.

Pacemakerdraden

Indien u geopereerd bent aan uw hartklep laten de hartchirurgen pacemakerdraden (metalen draadjes) achter die verbonden zijn met uw hart. Deze draden zitten er preventief: indien uw hartritme of hartslag ontregeld raakt kan er eenvoudig een pacemaker op aangesloten worden. Deze pacemaker ondersteunt dan tijdelijk uw hartfunctie en zorgt voor een normaal hartritme.

Terwijl u herstelt en uw conditie verbetert, zullen steeds meer slangetjes verwijderd worden. Elke dag merkt u hoe uw lichaam zich herstelt en zal u zich sterker voelen. Vanaf de toestand stabiel wordt geacht, gaat u naar verpleegafdeling 80/D5. Deze verpleegafdeling is gespecialiseerd in de zorg voor patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan.

050 45 26 70