050 45 26 70 – Dringende hulp nodig, bel 112
×

Bloedonderzoek

Doel

De bloedwaarden kunnen helpen bij diagnose en behandeling van hartpatiënten. Afhankelijk van de nodige gegevens worden er andere waarden getest. Enkele bepalingen die frequent gevraagd worden bij hartpatiënten:

Cholesterol

Cholesterol – een vet dat grotendeels aangemaakt wordt in de lever – circuleert in de vorm van kleine bolletjes (cfr. miniscule isomobolletjes) in onze aders. Cholesterol bestaat uit een HDL- en LDL-fractie, die laatste transporteert vetten van de lever naar het lichaam. Is de LDL-fractiewaarde te hoog, dan loopt u het risico dat de bolletjes zich aan de bloedvatwand hechten en resulteren in vernauwing in de slagaders. De HDL-fractiewaarde daarentegen mag aan de hoge kant zijn, aangezien HDL de LDL-cholesterol weg te nemen en dus het risicio op vernauwing vermindert.

Glucose

Meting van het gehalte bloedsuiker. Het glucosegehalte is vaak te hoog bij diabetespatiënten type II. Zij vormen een risicogroep voor hartslagaderlijden, des te meer omdat zij vaak bijkomend last hebben van overgewicht, verhoogde cholesterol en hypertensie (hoge bloeddruk).

Troponine

De aanwezigheid van troponine – een hartenzym dat vrijkomt in het bloed na een hartinfarct – is een perfecte parameter om te bepalen of een patiënt hartschade geleden heeft of niet.

NT Pro BNP

Brain Natriuretic Peptide (BNP) is een eiwit dat door de kamers uitgescheiden wordt bij verhoogde druk. Een hoog gehalte BNP kan wijzen op hartfalen en zo de vermoedens bevestigen of ontkrachten.

Verloop

Voor sommige bloedonderzoeken dient u zich nuchter aan te melden. Vraag altijd op voorhand of u voor het onderzoek nuchter moet zijn. Meestal wordt het bloed aan de elleboogplooi afgenomen en wordt er hiervoor een band om de bovenarm gespannen. Een lokale bloeduitstorting is mogelijk, maar trekt na enkele dagen ongetwijfeld weer weg.

050 45 26 70