050 45 26 70 – Dringende hulp nodig, bel 112
×

CLOSE to CURE: CLOSE-geleide PVI als remedie voor paroxysmaal voorkamerfibrilleren

Op het Europees Congres voor Hartritmestoornissen in Lissabon midden maart, presenteerde Prof. Dr. Mattias Duytschaever van het AZ Sint-Jan de resultaten van de klinische studie Close to Cure (C2C). Deze studie toont aan dat CLOSE-geleide PVI (Pulmonaal Venen Isolatie) een oplossing biedt voor paroxysmaal voorkamerfibrilleren, één van de hartproblemen die leiden tot een beroerte of hartstilstand. Tijdens een interview met de organisatie EHRA (European Heart Rhythm Association) legt de cardioloog uit hoe de CLOSE-procedure bijdraagt tot de genezing van de patiënt. 

Focus op de burden van voorkamerfibrillatie 

In de studie werd gefocust op de burden van de voorkamerfibrillatie. De burden – de tijd dat voorkamerfibrillatie plaatsvindt in de voorkamer van het hart, gemeten over een bepaalde registratieperiode – is een goede indicator voor de ernst van de voorkamerfibrillatie. Om de burden te kunnen meten, werd ervoor gekozen om een onderhuidse monitor te plaatsen bij 105 patiënten. Deze onderhuidse monitor werd geplaatst vóór ablatie en werd nog een geruime tijd erna behouden voor de opvolging van de patiënt. Elk van de patiënten werd behandeld met het CLOSE-protocol, een nauwkeurige, minder invasieve ablatiestrategie die ontwikkeld werd in Brugge. 

Dankzij de onderhuidse monitor kon de studie elke episode van voorkamerfibrillatie registreren, i.t.t. de huidige intermitterende holters die het vaakst gebruikt worden. Uit de C2C-studie bleek dat de mediane VKF-burden ongeveer 5% was voor de ablatie. In het eerste jaar na ablatie bleek de VKF-burden gereduceerd te zijn tot 0% (p < 0,05). Die verlaging ging ook nog eens gepaard met een aanzienlijke verbetering in de levenskwaliteit van de patiënten. Ook patiënten die wél nog eens een voorkamerfibrillatie hadden na ablatie, bleken een veel lagere burden te hebben vergeleken met ervoor. De C2C-studie toont aan dat katheterablatie – als die erg nauwkeurig wordt uitgevoerd zoals in het kader van het CLOSE-protocol – resulteert in een enorme vooruitgang voor de patiënt. Dankzij de nauwgezette opvolging met onderhuidse monitors kan er ook sneller en beter gehandeld worden, en kan men op basis van feiten overgaan tot ablatie indien nodig.

050 45 26 70